Warmoesstraat no. 139

Woonhuis van een koopman

Dit pand uit de 16de eeuw pand heeft in 1958 een nieuwe gevel en kap gekregen. Er werd lang gedacht dat het pand uit de tweede helft van de 15de eeuw dateerde. Onderzoek naar het hout van de balken wees echter uit dat het hout in 1548 gekapt is.

Het was in de 16de eeuw een complex van drie huizen dat ‘de Keyserinne’ heette en bewoond werd door Cornelis Cornelisz. de Vlaming (1544-’97), een zeer vermogend graankoopman. Het huis was bekend vanwege drie enorme wandschilderingen met voorstellingen uit de Odyssee van Homerus.

19de eeuw: Van Duitse sociëteit tot theater ‘de Vereeniging’

In de 19de eeuw trok Amsterdam veel Duitse immigranten. Een aantal van hen vestigde zich in de Warmoesstraat. Er kwamen bierhallen, restaurants, hotels, theaters en winkels die door Duitsers gestart waren. Op no. 139 was jarenlang een Duitse sociëteit gevestigd.

Van 1880 tot 1892 was op no. 139 volkstheater ‘De Vereeniging’, met aan de achterzijde de theaterzaal en een toneeltoren. Het poortgebouw aan de linkerzijde gaf toegang tot het theater. In de Warmoesstraat op no. 145 werd een brandgang aangebracht. Eigenaar W.A. Müller woonde boven het theater.

Cabaret & dans, uitgaan op no. 139

‘De Vereeniging’ was een favoriete speelplek van de toen bekende humorist Leon Boedels. In 1904 begon Müller op deze locatie café-chantant ‘de Sphinx’. Hier trad de eerste Nederlands cabaretier Eduard Jacobs veel op.
In 1909 ging ‘de Sfinx’ over in het ‘Palais de Danse’. Dé dans van de jaren ’10, de tango, was naar de smaak van de bestuurders aanstootgevend. Er bestond een ‘tangodansverbod’, dat in het Palais op creatieve wijze omzeild werd.
In de jaren ’20 was de chique sociëteit ‘La Bonbonnière’ in het pand gevestigd en in de jaren ’30 zat ‘De Kleine Club’ op die locatie. Deze nachtclub was tot 4.00 uur geopend. Prins Hendrik zakte hier graag door. Volgens de verhalen verdween hij soms via de Zwartlakensteeg in een onopvallend koetsje dat in de steeg voor hem klaarstond.

Kunstenaars

In 1979 stond het pand leeg en was het totaal verwaarloosd. Het werd gekraakt door beginnende kunstenaars, die een alternatief wilden bieden voor het eenvormige en voorspelbare aanbod van de commerciële galeries. Ze zochten een ruimte voor getalenteerde kunstenaars die in de landelijke musea en gevestigde galeries geen forum kregen.

Visie

Het grote verbouwen begon waarbij gebruik gemaakt werd van materialen die toevallig in de directe omgeving voor handen waren. Ook werd in deze periode een visie ontwikkeld voor de bestemming van de plek.
Er ontstond een centrum voor hedendaagse kunst dat de naam W139 kreeg. In dit centrum werd gedacht vanuit de kunstenaar en niet vanuit de bezoeker, niet vanuit het gebouw en niet vanuit het geld. In hoog tempo werden spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd.

Ruim dertig jaar nu, is W139 een ‘ruimte voor risico’, een productiehuis voor rauwe kunst. Het is in de prijzen gevallen, heeft nationale en internationale bekendheid gekregen en is geliefd als een volwaardig niet-museaal platform dat naast de gevestigde instellingen en structuren opereert.