Sint Jansstraat no.57

Overhellende panden

In de binnenstad hellen veel oude panden voorover. Ze zijn zoals dat heet ‘op vlucht’ gebouwd. De overhelling heeft verschillende voordelen. Bij het bouwen werd bij iedere verdieping wat vloeroppervlak gewonnen. Verder was en is de overhelling handig met hijsen, want vracht komt minder snel tegen de ramen van de ondergelegen verdiepingen. Ook slaat de regen niet gemakkelijk binnen. En ten slotte zijn de gevels dankzij de overhelling beter zichtbaar. Dat was belangrijk omdat gevels vaak het pronkstuk van de panden vormden.

Na 1850 mochten huizen alleen nog ‘te lood’ gebouwd worden, maar dat geldt nu niet meer; sommige moderne panden worden weer op vlucht gebouwd.

 

Typisch Amsterdams: hijsbalken

Hijsbalken bij woonhuizen zijn een typisch Amsterdams verschijnsel.

In de middeleeuwse pakhuizen was vaak een rad met touw op de zolderverdieping geplaatst. In enkele panden uit die tijd zijn de katrolsystemen behouden gebleven. Dit systeem werd vervangen door de hijsbalk met losse of vaste haak waar een touw en blok aan bevestigd kon worden.

Vanaf het eind van de 16de eeuw werd het gebruik van hijsbalken ook bij woonhuizen toegepast. Boven woonhuizen waren vaak pakzolders van een en soms twee verdiepingen. Hijsen was noodzakelijk. Transport van goederen via de trappen was niet mogelijk omdat de trappen, om ruimte te besparen, smal waren en bovendien vaak een draaiing hadden.

Versierde hijsbalken

Veel hijsbalken staan wat schuin op de huizen omdat ze het verlengde zijn van de constructiebalken. De gevels staan weliswaar loodrecht op de straat maar de huizen lopen daarachter vaak schuin weg.

Er zijn in de binnenstad hijsbalken in alle vormen en maten: simpel en functioneel, met mannen- en vrouwenhoofden, versierd met dolfijnen, leeuwen en drakenkoppen, in sobere uitvoering of met rijkversierde kappen. In nieuwbouw is de hijsbalk vaak een speels bouwelement.