De vroege geschiedenis

13de eeuw

De Warmoesstraat bestaat vanaf de 13de eeuw en is een van de oudste straten van de stad. Al in de tweede helft van de 14de eeuw was de straat geheel volgebouwd. Rond 1350 werd de Oudezijds Voorburgwal aangelegd. Ook de Sint Jansstraat en de Sint Annenstraat bestaan sinds de 14de eeuw.

Vanaf de Warmoesstraat liepen de erven door tot aan de Oudezijds Voorburgwal. Om de erven achter de huizen te bereiken waren er paden aangelegd. De paden volgden de gang van de sloten die er lagen om het natte gebied af te wateren. De paden en paadjes werden stegen, gangen en tussengangen.

Stadskaarten

De erven tussen de Warmoesstraat en de Oudezijds Voorburgwal werden verkaveld. Op één erf bouwde men soms meerdere huizen. Ook kwamen er schuren, werkplaatsen en stallen op te staan en werden er boomgaarden aangelegd. Deze situatie is zichtbaar op de stadskaart van Cornelis Anthonisz. uit 1544 (zie wandeling bij no.9).

Bijna een eeuw later is het binnengebied van het blok vrijwel volgebouwd. Dit is goed te zien op de stadskaart van Balthasar Florisz. uit 1625 (zie no.10). De bebouwing werd ontsloten door vier hoofdstegen en een wirwar van doorgangen, poortjes en binnenpleintjes. Een aantal panden aan de straatzijde was met een tussenlid verbonden met achterhuizen en pakhuizen.

Laken

Vanaf de 14de eeuw werd op het binnenterrein en in de omgeving van het blok ‘laken’ (geweven wollen stof) gevold en geverfd. Een van de ververijen heette ‘Het Blaeuwe Laecken’. De Blaauwlakensteeg heeft in de 16de en 17de eeuw ook nog de ‘Blaauwehandsteeg’ en de ‘Blauververssteeg’ geheten.

Dezelfde structuur

Het straten- en stegenpatroon en de dichte bebouwing zoals die bestond in de 17de eeuw, veranderden eeuwenlang nauwelijks. In het begin van de 19de eeuw telde het binnenterrein 152 huizen. Dat is ongeveer vier maal zoveel als het tegenwoordige aantal. De stegen waren sloppenstegen met veel éénkamerwoningen.

Grote veranderingen

In de tweede helft van de 19de eeuw kreeg het binnengebied een ander karakter. Het middeleeuwse stegenpatroon bleef grotendeels behouden maar de kleinschalige steegbebouwing en de resterende open ruimte verdwenen. Er kwam een forse uitbreiding van de bebouwing door een werkplaats van een drukkerij en een theaterzaal met toneeltoren.

De 20ste eeuw

Economische groei

In de loop van de 20ste eeuw werd de Blaauwlakensteeg ten behoeve van de werkruimten deels overkapt. Vanaf de jaren ’30 was op het dichtbebouwde binnenterrein een sterke menging van wonen en werken.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg economische groei vaak prioriteit boven het behoud van stedenbouwkundig erfgoed. Tot in de jaren ’70 van de 20ste eeuw werd nog vrijwel niets aan stadsherstel gedaan. Er werd groot belang gehecht aan de bereikbaarheid van de binnenstad met de auto. In 1960 bouwde Krasnapolsky een parkeergarage met de ingang in de Sint Jansstraat.

In die jaren had ook de Bijenkorf plannen om, op de plek van het Blaauwlakenblok, een enorm grote parkeergarage te bouwen. De Bijenkorf had al veel panden opgekocht en wilde dit proces geleidelijk voortzetten om uiteindelijk een groot deel van het blok te kunnen slopen.

Kraken

Er werd geen onderhoud meer gepleegd en rond 1975 waren veel panden verkrot en onbewoonbaar verklaard. Ook de nabije omgeving verloederde; er was drugsoverlast en criminaliteit. Toen in de jaren ‘70 veel van de oorspronkelijke bewoners hun huizen hadden verlaten en diverse bedrijfjes de deur hadden moeten sluiten, werd een groot aantal lege panden betrokken door krakers. Onder hen waren veel kunstenaars.

De krakers begonnen met de herbouw van hun verwaarloosde onderkomens. Naast woon- en werkplekken kwamen er onder meer expositieruimtes en cafés.

Verzet

Tegen de sloopplannen ontstond toenemend verzet. Er kwam een bijzondere samenwerking tot stand tussen de oorspronkelijke bewoners, kunstenaars en krakers en de nonnen die in een klooster aan de Warmoesstraat woonden. De plannen van de Bijenkorf stagneerden en werden uiteindelijk door het winkelbedrijf ingetrokken.

Aanschaf gemeente

In 1983 is 60% van het blok door de gemeente voor een schappelijke prijs aangekocht ten behoeve van stadsherstel en stadsvernieuwing. Hiervoor verstrekte het Rijk een subsidie van 80% van het aankoopbedrag. Er waren toen nog 65 woningen.

De toenmalige wethouder Jan Schaefer van volkshuisvesting trof goudgerande regelingen met de oorspronkelijke huurders en de krakers. Hij deed lange termijn toezeggingen ten aanzien van wonen en werken in het blok. Er kwam een terugkeergarantie tegen vergelijkbare huren. Bovendien zegde hij toe dat een groot deel van het blok behouden zou blijven voor sociale huur.

Over de invulling van het stedenbouwkundig plan is door de bewoners, afgevaardigden van de gemeente en in een later stadium woonstichting De Key, jarenlang overleg gevoerd. Uiteindelijk leidde dit tot een voor alle partijen aanvaardbare overeenkomst die in 1999 gesloten werd.

 

21ste eeuw

Behoud, herstel, vernieuwing

In het plan werd uitgegaan van behoud en herstel van de panden en een verbetering van de leefbaarheid in de omliggende straten en binnen het blok. Er moest een groot aantal woon- en werkruimten bestemd blijven voor cultureel ondernemers en kunstenaars. Ook zou de middeleeuwse structuur van stegen en straten zoveel mogelijk behouden moeten blijven.

De Key

In 1995 heeft de gemeente – nu stadsdeel Centrum – woonstichting De Key benaderd om de panden gezamenlijk aan te pakken en ze daarna in beheer te geven van de woonstichting. Het stadsdeel zou voor het leegkomen en ontmantelen van de panden zorg dragen. Vervolgens zou Key de panden vernieuwen, renoveren of restaureren om ze daarna aan te bieden aan huurders die wilden terugkeren. Ook zou een aantal panden te koop worden aangeboden.

Niet het hele blok viel binnen het project want circa 30% van het geheel is in particulier handen of eigendom van een vereniging. Een gedeelte van het gemeentelijk bezit, een aantal panden in de Sint Annenstraat, was al in de jaren ’90 ontwikkeld door Stadsherstel.

Het resultaat

Op 26 april 2002 werd het project Blaauwlakenblok door de gemeente officieel overgedragen aan de woonstichting De Key. Vanaf dat moment leidde meer dan twintig jaar planontwikkeling tot uitvoering.

Na voltooiing van het project in juli 2012, zijn in het Blaauwlakenblok 108 woningen (sociale huurwoningen, vrije sector huur- en koopwoningen) en 38 ateliers en bedrijfsruimtes tot stand gebracht. De overeenkomst van eind jaren ’90 is vrijwel geheel gerealiseerd.

Het Blaauwlakenblok bestaat uit circa 70 panden, waarvan 19 rijksmonumenten, 10 gemeentelijke monumenten en een groot aantal voor de binnenstad beeldbepalende panden.